Klaar voor de start? Kinderboekenweek 2013

Standaard

Geitenmeisjes in Hattem

DSC04771

Winnaar Lucas met boek Vier neven plus wat sport  (Foto: Marjan van Zuijlekom)

Drie hele dagen fiets ik tussen zes Hattemse basisscholen heen en weer. In mijn rugzak zitten vier neven… Ook heb ik een luisterspel bij me, met vragen bij stukjes die ik voorlees.
Waartegen helpt koeknuffelen? Welke neef loopt er op pantoffels in de vorm van schaapjes?
In de klas zie ik denkrimpels en druk wapperende handen. Wat was het nou ook al weer?

Na het spel lees ik het hoofdstuk ‘De Olympische Geitenspelen’ voor: de vier neven maken een parcours voor de bokken. Daarna verzint elke klas eigen spelregels, het regent grappige ideeën:

Een bok krijgt een RODE kaart als hij met een andere bok gaat vechten of: als ze dom tegen de emmers aanlopen en dan zeggen: ‘Beh, beh, ik heb niks gedaan!’

Het publiek van de 73 geitenmeisjes mag NIET staren of lonken naar de bokken….

De prijs voor de winnaar is: met het mooiste geitenmeisje op een grasveld eten.

Vrijdagmiddag na schooltijd kom ik overal kluitjes kinderen tegen. ‘Dàt is nou die schrijfster!’ roepen ze tegen hun ouders. Dat komt doordat ik nu àlle groepen 5 en 6 van Hattem heb gezien. Bijzonder. Thuis in Amsterdam zal me dat niet snel gebeuren…

mikmekkert from Saskia on Vimeo.

Mik is een Hattems meisje dat opvallend goed kan mekkeren. Dat blijkt als haar klas de Geitenspelenspelregels aan het verzinnen is.
Luister maar: elke zin komt mekkerend uit haar mond!

Koeknuffelen of koekhappen in Heemstede

20131007_134109

Winnaar zwoegt op antwoorden

‘Koeknuffelen? O, is dat net zoiets als koekhappen?’ roept een jongen.

‘Dat ken ik wel!’ roept een ander. ‘Van bij boer Martin, dat is mijn oom, die was ook bij Boer zoekt Vrouw!’

Volgende vraag: ‘Wat betekent het Brabantse zinnetje “Ge moet nie maauwen!”?

‘Hoe kan je dat nou weten?’ roept de klas verontwaardigd.

‘Ga maar fantaseren!’

Aha! Opgelucht gaan de kinderen aan de slag.

Een gokvraag: ‘Hoeveel geitenmeisjes zijn er op de boerderij?’

‘Ehm, Saskia, ik heb zeventien kómma vijf…’

‘O jee, heb je een hálve geit erbij geteld?’

De klas schatert.

‘Nee nee, ik bedoel niet komma, maar tot en mèt, zeventien tot en mèt twintig…’

Slim bedacht, maar ik zoek toch echt één getal.

Het bezoek eindigt met een vragenrondje, en dit is de beste vraag:

‘Bedenkt u het einde van een boek pas aan het eind, of juist al aan het begin?’

‘Als ik aan het begin ben, dan weet ik het ongevéér, hoe het moet aflopen,’ leg ik uit. ‘Ik zie dan een vaag plaatje in mijn hoofd van hoe het einde zal zijn. Maar terwijl ik verder kom in het verhaal, zie ik het steeds preciezer in mijn hoofd, alsof ik ik met een camera steeds dichterbij kom.’

Het laatste dat ik van deze klassen hoor, is een juf die roept: ‘Ge moe nie mauwen!’